We doen het nog

Hallo allemaal. Het is weer tijd voor een reisverslag. We zitten inmiddels op dag 78 en hebben meer dan 1336 kilometer in de benen zitten. Elke dag probeer ik wat op te schrijven in mijn schrijfboekje. Dat lukt niet altijd, want wandelen kost veel tijd en energie. En vaak hebben we andere dingen te doen, zoals slapen, lezen, woorden uitwisselen, met andere pelgrims vertoeven, enzovoort. Eerlijk gezegd ligt mijn prioriteit niet zo erg bij het bloggen. Aan het begin van de reis was het makkelijker, want toen hielden we meer rustdagen. Nu zijn we in zo’n topconditie dat het niet meer nodig is ;). Maarja, Folkert sleept toch maar mooi die laptop elke dag mee, dus ik ga wel iets beter mijn best doen om zo nu en dan iets te plaatsen.

Dit was ergens

Zoals jullie wellicht begrijpen is het maar een greep uit de talloze gebeurtenissen. We hebben al zoveel mensen ontmoet, bijzondere dingen meegemaakt, pijn geleden, ruzie gemaakt, dagen lang elkaar nauwelijks aangekeken of juist dagen lang hand in hand gelopen. Landschappen wisselen elkaar af: van dagen lang alleen maar saaie lelijke landbouw, tot eindeloze  wijnvelden en magische bossen. We hebben Roel ontmoet, hij is de man met de grote pukkelrugzak die loopt voor een weeshuis in Thailand. Tussen Epernay en Troyes hebben we met de Vlaamse jongeman Siel gewandeld. We hebben een korte ontmoeting gehad met Johan, een kankeronderzoeker. Hij is vanuit Leuven naar Santiago gerend, in tweeendertig dagen. Twee marathons per dag. Hij is gister aangekomen. We hebben al heel wat dagen met Carla gelopen, maaltijden en slaapzalen en wijn gedeeld. In Vezelay waren daar ineens Laura en Ewout, op vakantie in de buurt. In Bourges een ontmoeting met mijn vader en Jolanda, ze kwamen ons nieuwe schoenen brengen want het eerste paar is al versleten. We hebben op zoveel verschillende plekken geslapen, een stuk of vijfenzestig. Mijn lichaam is heel erg aan het veranderen, mijn vetpak is bijna volledig verdwenen, er is iets slanks en gespierds voor in de plaats gekomen en als ik in de spiegel kijk dan is daar bijna een sixpack zichtbaar. We verzamelen steeds meer stempels. Het is me allemaal wat, zo’n wandeling.

Ik zal wat episodes met jullie delen.

Dag 41, Hauteville

We zijn in Hauteville aangekomen. Folkert kan niet meer. Zegt hij. Ik heb de taak om Frans te leren op mij genomen. Dat betekent dan zeker ook dat ik telkens het woord moet voeren. Er is hier ergens een gemeenteherberg, vanmorgen heb ik gebeld om onze komst aan te kondigen. Ik ben vergeten het adres op te schrijven, ik dacht dat ik het wel zou onthouden. Ik bel nogmaals naar het telefoonnummer dat in ons routeboekje staat. Mevrouw Kanon neemt op. Ze zegt dat ze er aan komt. Maar ik heb haar helemaal niet verteld waar we zijn.

Folkertje

Folkert is aan het einde van al zijn krachten zo te zien. We bevinden ons voor het gemeentehuis. Links van ons is de kerk, aan de overkant. Folkert zit op de trap. We wachten. Weet mevrouw Kanon wel dat wij niet weten waar we moeten zijn? Weet ze dat we hier zijn? Moet ik een rondje lopen door het dorp, om te kijken of iemand ons zoekt? Moet ik nogmaals bellen? Maar hoe maak ik dan duidelijk wat ik duidelijk wil maken? Met mijn schamele Frans? Ik kijk achterom naar Folkert, hij ligt uitgesmeerd over de trap. Nog minder tot een zinnige gedachte in staat. Ik oefen wat Franse zinnetjes in mijn hoofd.

Aan de overkant komt een mevrouw naar buiten. Ze kijkt naar me. Heb ik haar net aan de lijn gehad? Hoe vraag ik dat? Spaans en Frans buitelen door elkaar. Talensoep in mijn hoofd. Ik loop naar haar toe want ze kijkt nog steeds. Met mijn hand naast mijn oor, duim en pink uit, de rest van mijn vingers ingeklapt, met een vragen gezicht erbij. Ik zeg haar dat ik geen Frans spreek. Ze vraagt of ik Spaans spreek. Maar plotseling is mijn hoofd compleet leeg en weet ik niets meer. Niets. Ze zegt iets en ik begrijp dat ze denkt dat ik een telefooncel zoek. Er is hier geen telefooncel, zegt ze met woorden in een taal. Merci¸ zeg ik want dat weet ik nog wel. Ik loop terug naar waar ik vandaan kwam.

Ik ga ook maar even zitten. Gewoon rustig wachten. Kijk, daar komt al iemand de hoek om. Doelbewust op ons afgestapt. Mevrouw Kanon, neem ik aan. Een grote hoeveelheid Frans wordt over ons uitgestort. We staan op en hijsen onze tassen op onze ruggen. We lopen met haar mee. In stilte. Er valt niets te zeggen. Ze zal wel begrijpen dat wij niets begrijpen. De lucht is betrokken, er klinkt een rommelende donder door de lucht.  Oehhh, zeg ik. Ze zegt woorden terug.

We komen aan bij een heel klein gebouwtje. Binnen staan twee bedden, en één ingeklapt bed. Een keukentje met een elektrisch pitje. Een magnetron. Een kast met een hangslot met cijfercode. Een prikbord met twee ansichtkaarten van Santiago. Punaises gerangschikt in de vorm van het getal negenenveertig. Er is al iemand. Paul. Hij vraagt of we Duits zijn. Hij wisselt wat woorden met mevrouw Kanon. Zij laat ons de badkamer zien, ze int onze vijf euro voor het slapen en dan gaat ze weer. Dat was de burgemeester, zegt Paul.

Dag 53, Troyes

Dag 57, Chablis

Vandaag hebben we achtendertig kilometer gelopen. Veel, maar echt niet onmogelijk. Het is de kunst om niet te veel eten mee te nemen. De tas moet zo licht mogelijk zijn. Karig eten is beter dan een te zware tas, dat weet ik nu.

Ik had gedacht dat het moeilijker zou zijn. En saaier. Acht uur lang lopen. De luchten waren verpletterend mooi vandaag. We bewogen ons voort door een heuvellandschap. Wat zien we zoal? Windmolens in de verte, nooit dichtbij. Stoppelvelden. Er is al veel geoogst. Dat laat veel bruine velden over. Het landschap is een lappendeken. Een deken met lichtbruin, roodbruin, geelbruin. Met soms wat lichtgroen en groengeel. Alles keurig in vlakken verdeeld. En daarboven de lucht. Blauw met driedimensionale wolken. Van wit tot grijs en dan het zonlicht dat er op schijnt en ze diepte geeft. Het zijn wolken waarin je gezichten kunt herkennen, meestal van onbekenden. Doordat alle bomen zijn gekapt voor de landbouw en het landschap licht heuvelachtig is, kunnen we kilometers alle kanten op kijken. We zien de regen in de verte uit de donkere wolken vallen.

Druiven zover als je kunt kijken

Net voor het donker wordt komen we aan in Chablis. De wandeling voor vandaag is voltooid. We zetten de tent op en gaan pizza eten en Chablis drinken. Zodra mijn benen mogen ophouden met zich voortbewegen begint de ellende. Nu pas voel ik de kilometers. Het voelt bijna alsof het beter is om door te blijven lopen. Voor altijd. ’s Nachts zingen mijn benen een klaaglijke jammerzang. Blijkbaar helpt het, want de volgende ochtend is er niets meer aan de been. Als nieuw kruip ik de tent uit.

Dag 58, Cravant

We bevinden ons in een restaurant, heel sjiek de friemel. In mijn nieuw verworven Frans leg ik uit dat we geen dierlijke producten wensen. Ze hebben hier zelfs een speciale kaart, zo eentje voor moeilijke eters. Glutenvrij, vegetarisch, lactosevrij. Geen veganistische kaart, maar met wat gehakkel weet ik toch de boodschap over te brengen.

We krijgen eerst een trekopwekkertje geserveerd. Een flintertje appel, een door midden gesneden olijf en radijs. En een half schijfje tomaat. Met een dressinkje. Culinair gerangschikt uiteraard. Folkert is geintimideerd. Hij durft niet eens op zijn telefoon. In plaats daarvan bekijkt hij de voorstelling. Ze serveren hier de hoofdgerechten met zo’n zilverkleurige afdekbol, zo’n omgekeerde schaal. Af en toe drijft er een vleugje van zijn voetengeur voorbij. Niet teveel met je voeten bewegen, Folkert.

Dag 64, Bourges

We verblijven in een verlaten jeugdherberg, net een stukje buiten het centrum van Bourges. We zijn hier de enige gasten: Carla, Folkert en ik. Gisteravond kwamen we hier aan, vierendertig kilometer hadden we er op zitten. De poort op slot, lichten uit, niemand te bekennen. We wilden net verder sjokken, toen de deur open ging. Pelgrims, dat zijn serieuze mensen, zei de directrice. Kom maar binnen!

Aan het einde van de dag heb ik vaak dezelfde gedachte in mijn hoofd: goh, ben ik helemaal komen lopen, denk ik dan. Als ik daar de eindbestemming van die dag voor me op zie doemen. Een hotel, een camping, een b&b, een herberg, een mooi verscholen veldje. Soms dient de eindbestemming zich heel plotseling aan. Dan is de wandeldag meteen teneinde. Zalig.

De immense kathedraal van Bourges

Dag 68, in de buurt van Chateauroux

We slapen langs een spoor dat in onbruik is geraakt. Folkert is binnen een paar minuten vertrokken. Ik lees nog even mijn meeslepende sprookjesverhaal. Ik luister naar de wind die hoog in de boomtoppen ruist. Het waait hard, maar hier op de grond niet. Het is een heerlijk geluid om naar te luisteren. Verder gebeurt er van alles om de tent heen. Geritsel en gekraak. Maar ik ga niet kijken. Ik lig heerlijk. Warm en veilig.

Dag 69, Velles

We worden laat wakker. Om elf uur zijn we pas gereed om te vertekken. De ene dag is de andere niet. Een kilometer kan niets wegen of me al mijn kracht kosten. Nou, vandaag heb ik het bijzonder moeilijk. Halverwege de dag komen we Carla weer tegen, in een stukje bos waar mannen elkaar ontmoeten. Samen lopen we verder.

We doen het rustig aan. Velles is niet zo ver weg meer. De gemeenteherberg aldaar is gevestigd in een oud schoolgebouw. Kleine wastafeltjes op een rijtje. Bedden in een zaal, deuken in de muur en scheuren in het behang. Het is een ruime verdieping. Een douche in de hoek van een grote ruimte. Met wiebelige, glazen schuifdeuren. Vol met kalk, je kunt er niet meer doorheen kijken. Het water is lekker warm. Alexander is er ook, een Braziliaanse meneer die we geregeld tegenkomen aangezien hij ook dezelfde kant op gaat. Hij kijkt televisie. Het is zo’n oude televisie die een zoemgeluid maakt. Je kunt het door de muren heen horen. De keuken is goed uitgerust, met pannen zelfs. Helaas is er geen supermarkt en ons eten is op. In de voorraadkast staan blikken met cassoulet, zoals dat heet. Het zijn complete maaltijden in blik, met een bijzonder lange en duistere ingredientenlijst, om lekker bij te griezelen.

Carla, Folkert en ik gaan naar het restaurant aan de andere kant van het plein. Het is tevens een bar en een soort van winkeltje voor tabak en de lotto. We worden aan alle kanten vriendelijk begroet. We krijgen het voor elkaar om een salade te bestellen. Zwijgend zitten we daar. We kijken uit over het pleintje. Het is half zes. Een stuk of tien mensen speelt een spelletje met metalen ballen. Het waait hard. De kastanjebomen bewegen met hun takken heen en weer. Ze raken al flink wat bladeren kwijt. De grond is bewaaid met kastanjes. Het raam staat open, er waaien bladeren naar binnen. Wolken sjezen haastig de lucht door. We kijken naar de herfst. De salade is oké. Folkert bestelt nog een tweede. Dat is prima, zegt de mevrouw, maar ik heb geen tomaat meer. En ook geen komkommer. Hij krijgt kale sla met asperges.

Carla en Folkert en windmolens

Dit was het weer. Bedankt voor het lezen en de groetjes!

 

Houd me per mail op de hoogte
Facebook
Google+
http://watheefteenmensnodig.nl/2017/09/25/we-doen-het-nog/
Twitter

4 gedachten over “We doen het nog”

  1. Hey Folkert, ik wist natuurlijk dat je met een pelgrim tocht bezig was, maar had geen idee dat jullie onderweg verslag zouden doen. Ik kreeg bericht van Niels (i.v.m. verlopen Appgoeroes certificaat, ja, ja de zaken gaan gewoon door ;-)) dat we jullie konden volgen. Leuk geschreven overigens en het lijkt me ook een behoorlijke klus! Zou nu niet in jullie schoenen willen staan, ha, ha, ha…
    Anyway veel succes toegewenst en keep up the spirit!
    Mvg, Arjan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *