Mijn allereerste blog

Verslavingen. Het woord verslavingen vind ik een ruim begrip. Of je nu verslaafd bent aan reizen, cola, lezen, fruithapjes, fotograferen, slapen, Netflixen, wiet, internetshoppen, kaas, gokken, hardlopen, over het veganisme praten, aardolie, je zorgen maken, problemen oplossen, werken, internet/social media, seks, onze blog volgen, snoep, roken, praten, frikandelletjes, gamen, voor mensen zorgen, koffie, gelijk krijgen, alcohol drinken… iedereen kent wel een of meerdere verslavingen.

Verslaving is een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is, zodanig dat hij/zij deze gewoonte of stof niet, of heel moeilijk los kan laten. Het gedrag van de persoon is voornamelijk gericht op het verkrijgen en innemen van het middel, of het handelen naar de gewoonte, ten koste van de meeste andere activiteiten. Als het lichaam deze stof of gewoonte dan moet loslaten kunnen er ernstige ontwenningsverschijnselen optreden bij deze persoon.” https://nl.wikipedia.org/wiki/Verslaving

Ik moet toegeven, sinds ik ben begonnen met de Camino de Santiago heb ik er een nieuwe bij: de verslaving aan het lopen. Misschien vraag je je af: wat is er nu zo verslavend aan lopen en elke dag je hebben en houwen in de rondte te sjouwen? Dit is iets is wat ik mezelf althans afvroeg voordat ik aan dit avontuur begon.

Door onze fietstocht naar de Noordkaap (2013) was ik al enigzins gewend geraakt aan het elke dag op een andere plek zijn. De luxe die ik daar had: ik hoefde de kilo’s niet op mijn rug mee te zeulen. En dankzij de fiets had ik een veel groter bereik. Hoe zou het zijn als ik meer dan 2500 kilometer zou gaan lopen?

Vezelay in aantocht. Camino de Santiago

Over de stad Santiago de Compostela heb ik wel eens eerder wat gehoord. Mijn vriendin Laura heeft deze stad met haar pelgrimstocht jaren terug al eens bezocht. Ze vertelde mij hoe mooi dit avontuur was, het was het eerste zaadje. Vlak voordat ik aan de reis begon hoorde ik van steeds meer mensen dat ze per fiets of te voet naar de pelgrimsstad waren afgezakt. Een reis, of het nu een pelgrimsreis is of een reis naar een luxe oord, is iets wat je in korte tijd heel veel nieuwe indrukken oplevert. Die indrukken zijn soms moeilijk en vaak heel interessant, maar kunnen ook oersaai zijn. Je ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft allerlei nieuwe en terugkerende indrukken.

De kathedraal van Reims

Voorafgaande aan onze keuze om af te reizen naar het zuiden was ik verslaafd aan onze bank, het volgen van het nieuws, het vergaren van kennis en het roken van geestveruimde planten. Het gaf me een tijdje een fijn gevoel, maar ik miste toch een gevoel van voldoening. De rekeningen stapelden zich ondertussen op en ik kon toch maar beter weer aan het werk gaan om de rekeningen te kunnen blijven betalen. Mijn bedrijf ging niet zo lekker en de hypotheek bleef elke maand als een heet hangijzer aan mijn been hangen. Waarom had ik geen verslaving aan mijn werk meer, wat ontbrak er?

Als ik een duidelijk doel had om bijvoorbeeld mijn website te verbeteren kon ik makkelijk een aantal weken achter elkaar 10 uur per dag of meer werken totdat ik uiteindelijk mijn doel had bereikt. Was het doel eenmaal bereikt leek ik in een soort zwart gat te vallen. Dan ging ik me weer verslaven aan de tv, een of andere game of later het opzoeken van informatie over voeding. Elke keer dat ik een periode had gehad waarin ik verslaafd was aan een of andere middel of activiteit voelde het of ik een leegte probeerde op te vullen. Een leegte wat vaak een leegte bleef. Het gaf tijdelijk een goed gevoel, deze opvulling. Maar het ging na een tijdje weer vervelen. Ik had steeds weer iets anders nodig, want de ene drugs was de andere niet en er waren meer verslavingen aan de horizon om te ontdekken.

Mijn lieve vriendin Irene

Zo ben ik op een dag op het idee gekomen om me te gaan verslaven aan een nieuwe reis. Reizen heeft al een aardig groot deel van mijn leven beinvloed en elke reis gaf me veel inspiratie en nieuwe inzichten in het leven. Met de verhalen van mijn vriendin Laura in mijn achterhoofd ging ik op een goede dag hardlopen, stoned. Prompt kreeg ik het idee om een lange voettocht te gaan maken, zomaar een ingeving. Een nieuwe reis om mijn oude leven achter me te laten en op zoek te gaan naar iets nieuws, iets beters, iets wat mijn geest op een gezondere manier zou verruimen. Het zou een voettocht worden om mezelf te ontdekken en hopelijk wilde mijn lieve vriendin Irene ook met me mee zodat ik de ervaringen direct met haar kon delen. Na mijn hardloopsessie kwam ik terug en liet Irene aan het idee wennen door haar voor het blok te zetten dat ik dit wilde doen met of zonder haar. Gelukkig koos ze ervoor om met me mee te gaan. Zo begon mijn nieuwe verslaving.

Staren naar wat is, wat was en wat komt

De eerste weken na vertrek waren zwaar: we moesten in een ander ritme komen, een ander leven. Een patroon met een grote tas op ons rug waarin heel ons leven zit: een tent, slaapspullen, eten, drinken, batterij voor de telefoon, een laptop en nog wat kleding. Het gaf veel overzicht. Ons huis hadden we verkocht en de hypotheek was geen last meer. We zouden wel zien hoe het verder zou gaan als we weer terug in Nederland zijn. We kunnen bij mijn vader wonen als we terugkomen en dat gaf ons een gerust gevoel om daadwerkelijk te vertrekken. Een reden om weer met een gerust hart terug te kunnen keren en er vervolgens voor mijn vader te kunnen zijn.

Eenmaal in het ritme van het elke dag opzetten en afbreken van ons nieuwe huis en verder te trekken naar ons volgende bestemming werd het pelgrimsbestaan langzaamaan een nieuwe verslaving. Een gewoonte waar ik elke dag weer iets meer van wil, tot op de dag van vandaag. Ik hoorde over mensen die de tocht al meerdere keren hadden gemaakt en begon steeds beter te begrijpen waarom. In de buitenlucht zijn, een doel hebben, met mezelf zijn, met anderen zijn, ervaringen delen, me verwonderen over grootse dingen zoals een stad of een gigantische kathedraal, het verwonderen over een klein iets zoals een vlindertje of een bloem, of een vies stinkend industrieterrein. Het werd een verslaving van die dingen in grote mate zien die de wereld zo mooi maken. Het zien van de misstanden zoals vervuiling, ontbossing en onrecht die mensen elkaar aandoen. Wat kan ik hiermee werd de vraag?

Het verwonderen over grootse dingen

Personen die mij iets beter kennen hebben mij de laatste tijd een hoop horen praten over voeding. Door mijn persoonlijke situatie kwam ik hiermee in aanraking. Ik voelde me neerslachtig en depressief door alles wat er in de wereld en in mijn eigen leven gebeurde. Met de verslaving aan mijn bank ging ik op een dag docu’s kijken, boeken lezen, lezingen volgen en met anderen over voeding praten. Het werd een obsessie toen ik er achterkwam wat voeding met mijzelf deed. Hoe meer ik te weten kwam des te geinteresseerder ik in het onderwerp raakte en het steeds meer in mijn dagelijkse leven ging observeren.

Een aantal dagen alleen maar fruit en groentes eten, geen geraffineerde suikers meer nemen, geen vlees meer eten, een etmaal niets eten: het zijn allemaal experimenten die ik uitprobeerde om het effect ervan te ontdekken. Kon ik dood neervallen? Misschien. Was ik bang om dood neer te vallen? Nee. Voelde ik effect van mijn experimenten? Van de ene wel, van de andere minder. De vier dagen zonder bewerkte producten en dus zonder geraffineerde suikers hakte er meteen in. Ik kon moeilijker in slaap komen, ging later naar bed, stond vroeger op, had minder slaap, ik had minder honger maar nog wel cravings naar snelle suikers. Ik voelde me over het algemeen veel energieker. Het gaf me een houvast om op dit pad verder te gaan en wilde dieper de ‘rabbit hole’ in. Mijn eigen beerput, die wilde ik opentrekken.

Zo kwam ik op het spoor van het veganisme. Vaak als ik iets zag of las over voeding kwam het er op neer dat dierlijke producten meer schade aanricht aan ons lichaam en aan de planeet dan ik op dat moment wist. Kon je dan wel leven zonder een eitje of een stukje vlees? Door mijn ‘thuisstudie’ leerde ik dat we op vitamine B12 en vitamine D na, uitstekend kunnen gedijen op alleen plantaardig voedsel. Nou ja, plantaardig? Ik noem het liever diervriendelijk voedsel, omdat deze manier van eten alsnog niet echt aardig is voor de planten.

Al snel wilde ik me, nadat ik me bij de suikerpolitie had aangesloten, aansluiten bij ‘de veganisten’, bij de ‘gekke extreme planteneters’, bij de ‘vegangelisten’. Het werd een verslaving die ik tot de dag van vandaag geen moment wil missen. Tuurlijk verlang ik nog wel eens naar een broodje kebab, een gebakken eitje of een stukje goede kaas (dit was een grote verslaving van me). Maar dit is een verslaving waar ik me niet ten koste van alle negatieve gevolgen aan over wil geven.

Sinds het begin van ons reis zijn we ook gestopt met roken, alcohol en wiet. Ondertussen drinken we (na 7 weken) weer zo af en toe een wijntje of een biertje en ik ben weer (tijdelijk) gaan roken. Wat voor mens maakt dit mij, dat ik zo zwak ben om weer te gaan roken? Ben ik minder omdat ik weer alcohol drink en me aan die verslaving opnieuw heb verslaafd? Ik denk het niet, ik denk juist dat dit heel menselijk is. Kan ik iemand er pijn mee doen als ik hierdoor ziek word? Ja, dat denk ik wel. Waar ligt de grens en wie bepaalt tot hoever ik hierin mag/kan gaan? Dit zijn ‘zo maar wat vragen’ waarmee ik nu rondloop.

Het grote verschil tussen het roken van een sigaret en het eten van een steak is dat veel van ons weten dat roken kanker kan veroorzaken, maar niet precies weten wat een steak met je lichaam doet. Ik wist dat althans niet totdat ik er zelf onderzoek naar ging doen. Die lekkere steak vernauwt je bloedvaten op langere termijn net zoals de sigaretten dat doen. Van het eten van een paar steaks ga je niet zo snel dood. Net zoals je in veel gevallen niet dood gaat van het roken van een paar sigaretten. Het gaat vooral over de langere termijn en de hoeveelheid die je tot je neemt.

Door onze huidige manier van vlees- en zuivelproductie halen we ons een hoop narigheid op de hals. Denk alleen al aan het recente eierschandaal. Zo eten koeien kilo’s voer per dag, bestaande uit voornamelijk maïs en soja. Koeien zijn gemaakt om gras te verteren en krijgen met de maïs en soja sneller last van onder andere de E. coli-bacterie waartegen ze antibiotica krijgen. Zo wordt deze poepbacterie minder makkelijk overgedragen in het vlees en de zuivel. In Amerika krijgt men meer dan de helft van de antibiotica binnen door het eten van vlees. Hierdoor ontstaat er resistentie tegen de antibiotica en dit kan leiden tot ernstige problemen in de nabije toekomst.

Wie weet wat er dit jaar verbouwd is

Daarnaast is de soja en maïs veelal geteeld met genetisch gemanipuleerde zaden die bespoten worden met glysofaat (Roundup). Dit ogenschijnlijk veilige middel wil de Europese Unie en ook de Nederlande regering nu weer voor 10 jaar lang toestaan op de Europese markt. Er zijn verschillende studies die de schadelijke kant van glysofaat benadrukken en er zijn studies die dit weer tegenspreken. Het middel zorgt ook voor bijensterfte.

Glyfosaat wordt door de IARC (International Agency for Research on Cancer) bij mensen als waarschijnlijk carcinogeen beoordeeld. Volgens het Amerikaanse Environmental Protection Agency en de Europees Chemicaliënagentschap (ECHA) is glyfosaat niet carcinogeen.[4] Wel is zuiver glyfosaat irriterend voor de ogen en in mindere mate ook voor de huid. Glyfosaat heeft een lage acute toxiciteit, ook voor bijenvogels of zoogdierenOplosmiddelen en andere additieven in bestrijdingsmiddelen op basis van glyfosaat kunnen de toxische eigenschappen versterken. https://nl.wikipedia.org/wiki/Glyfosaat

Onze omnivoren vrienden

Doordat koeien kilo’s voedsel per dag eten wat vaak verbouwd is met het gebruik van glysofaat (o.a. Roundup) accumuleert dit middel in het vlees en de melk wat een koe ‘geeft’.

We zeggen wel ‘geven’, maar dat is gewoon een superslim taaltechnisch hersenspoelinkje, koeien geven geen melk, wij nemen het van haar.

Wij krijgen dus in hoge mate glysofaat via het dier binnen door het nuttigen er van de dierlijke producten, wat op de langere termijn slecht ‘kan zijn’. Waarom zou ik dan nog het risico willen lopen? We kunnen er natuurlijk voor kiezen om veelal biologisch te eten, maar deze beesten leven langer, eten meer (eiwitrijke) planten die je ook direct kunt eten, ze poepen meer omdat ze langer leven, ze nemen meer ruimte in beslag. Ze stoten dus meer broeikasgassen uit: niet echt ideaal als je iets wilt betekenen voor onze planeet. We kennen allemaal ook de gruwelijke verhalen over dierenmishandeling en de meeste van ons vinden dit afschuwelijk en willen het liefst dat deze ‘inhumane’ manier van dierlijke productie stopt. Waarom doen we er dan nog zo weinig aan?

“Ga eens praten met een veganist: ze bijten nauwelijks!”

Je snapt misschien nu een beetje beter waarom ik een verslaving heb ontwikkeld in het praten over voeding, wat het met ons doet als mens & natuur en waarom ik het hier in mijn allereerste blog aanhaal. Ik vraag je hierbij niet om te stoppen met het nuttigen van dierlijke producten, ik denk niet dat ik dat recht heb. Ik vraag wel om meer begrip voor de manier van denken over onze voedselconsumptie en ik wil een ieder graag aansporen om zelf onderzoek te doen naar zijn eigen voedselinname en wat voor impact dit heeft op je eigen leven en dat van anderen.

De eerste stap naar verandering begint bij het snappen van het probleem en dat komt naar mijn inziens met het vergaren van kennis. Ga eens praten met een veganist: ze bijten nauwelijks! Doen ze dit wel zorg dan dat je altijd een blaadje sla of een knabbeltje bij je hebt om ze af te leiden!!1! Google eens of zet eens een docu op (op bijvoorbeeld Netflix of Youtube) en er zal een wonderlijke wereld voor je opengaan: de wereld van het diervriendelijk eten.

Doe het niet voor mij maar voor jezelf en voor de rest van de planeet aarde. Een planeet die we een stukje mooier achter kunnen laten als we stoppen met het nuttigen van iets wat een luxe is en geen noodzaak.

Ook al zie ik de toekomst groener in, we hebben een nog een lange weg te gaan. In het geval van onze pelgrimstocht moeten we nog een slordige 1600 kilometer wandelen….vegan power!

Nog een lange weg te gaan…

In een volgende blog zal ik het meer hebben over mijn zoektocht naar andere vragen zoals: waarom er nog steeds mensen zijn die denken dat de wereld rond is 😉

Ik wil graag afsluiten met een wijsheid die mij veel heeft geboden:

“We but mirror the world. All the tendencies present in the outer world are to be found in the world of our body. If we could change ourselves, the tendencies in the world would also change. As a man changes his own nature, so does the attitude of the world change towards him. This is the divine mystery supreme. A wonderful thing it is and the source of our happiness. We need not wait to see what others do.” – Mahatma Gandhi

Ofwel:

“Be the change you wish to see in the world.”

Heb je vragen of opmerkingen dan hoor ik ze graag van je!

Liefs, Folkert

Losse flarden

Misschien vragen jullie je al af: waar blijft die volgende blog? Houd je het nu al voor gezien, Irene?

Het is geen gebrek aan inspiratie wat me tegen heeft gehouden. Eerder een overdosis aan gedachtes en gevoelens en informatie. Het is één grote chaotische warboel. En terwijl ik wandel, dag na dag, voel ik hoe alles begint te bezinken. Het bezinkt echter niet in een lekker lopend leesbaar kant en klaar verhaaltje.

Misschien moet ik niet zoveel nadenken en gewoon schrijven wat er in mij opkomt. Laat ik dat eens proberen.

We zitten nu aan een tafeltje bij de receptie van een camping in Rocroi, vlakbij de Frans-Belgische grens. Het is koud. Het regent al de hele dag. We hebben tot twee uur in onze tent gelegen. Nu komen er frietjes aan dus ik stop even met schrijven. Frietjes met ketchup.

Zo. Dat was smullen. We vallen zo’n drie keer per week in de frieten-valkuil. We hebben nog een portie besteld.

Het is hier koud en lawaaiig, naast de deur. Er is hier maar een tafeltje om aan te zitten. Het is een komen en gaan van mensen. De meneer van de camping is een beetje doof, zijn stem is schel en galmt door de ruimte heen, pijnlijk in onze oren.

Nu is ook het tweede portie frietjes op. Ik heb het weer een beetje warm gekregen.

Folkert heeft laatst een stroomstoot gekregen toen hij het prikkeldraad voor mij omlaag wilde houden zodat ik er over heen kon stappen.

Ik heb al meer dan honderd keer wildgeplast. Minstens vier keer per dag. Dat is nog een krappe schatting zelfs. Ik drink zoveel water en eet zoveel fruit dat ik telkens overvallen wordt door een blaas die acuut geleegd moet worden. Met mijn tas op mijn rug hurk ik. Een extra training voor mijn bovenbenen die me steeds soepeler afgaat.

Onze broeken, die zitten los om onze billen heen. Die van mij heb ik een paar centimeter kleiner gemaakt met een veiligheidsspeld. Folkert heeft een touwtje als riem om zijn broek niet af te laten zakken.

De matjes waar we op slapen, die zijn al lek.

Afgelopen week hebben we een fruitvierdaagse gehouden. Vier dagen lang hebben we alleen maar bananen, mango’s, pruimen, abrikozen, aardbeien, meloenen, appels, peren, avocados, komkommers, tomaten, perziken gegeten. De eerste dag had ik last van cravings. Daarna voelde ik me zo licht als een veertje en zo energiek als een – ja als wat eigenlijk? Iets wat HEEL erg vol met energie zit. Lekkere sugar high. Sindsdien is de basis van ons dieet fruit. Aangevuld met groente, chocola, noten en friet.

Folkert heeft nog maar één sok. De rest is weg. De laatste bungelt al enkele weken aan zijn tas, voor de sier.

De bovenlip van Folkert is opgeslokt door z’n snor. Telkens als we kussen moet ik eerst zijn snor aan de kant doen.

Zelden denk ik terug aan mijn vorige leven, het leven dat we hadden voordat we aan deze wandeling begonnen. Ik herinner me nog het inpakken van de dagelijkse gebruiksvoorwerpen. De fluitketel, een symbool van huiselijkheid. Wanneer gaan we die weer tevoorschijn halen? Geen idee.

Ik ben heel erg blij met mijn schoenen, de barefoot schoenen. Voor elke teen een ingangetje. Contact met de grond, de hele dag door gemasseerde voetzolen. Sterke enkels, sterke kuiten. Geen hete, opgesloten, zwetende voeten in zware schoenen.

Onderweg luister ik naar podcasts. De filosofen hebben al een boel denkwerk voor mij verricht. En Stephen West heeft het in een zeer toegankelijke vorm gegoten. Daar luister ik naar met het grootste genoegen. Ik ben begonnen aan Homo Deus, aan Sapiens, (beide geschreven door Yuval Noah Harari), aan een opfris luister-cursus Frans. Ik heb me bijna door de neapolitan novels van Elena Ferrante heen gewerkt. Ik lees en luister alles door elkaar. Iets wat ik eerst niet deed. Boek voor boek, las ik eerst.

En vaak, dan loop ik alleen maar te lopen. Steeds vaker wordt het stil in mijn hoofd. Met elke stap voel ik me lichter en leger en schoner en opgeruimder en frisser en sterker en helderder. En soms ook moeier en zwaarder, maar nooit is het ondraaglijk. En we zijn nog maar net onderweg.

En Folkert, die ziet er met elke kilometer beter uit. Blakend van levenslust, zich ontdaan van zware lasten. Blonde krullen, heldere ogen, stralende huid. Welvaartsbuikje vaarwel gezegd.

Met ons gaat het dus goed. Nu ga ik naar de tent. Dag hoor!

 

We zijn er vandoor, peace out!

Een inleiding schrijven is niet makkelijk. Ik wil graag schrijven over het waarom van deze tocht. Hoe een boel gebeurtenissen, inzichten en stappen ertoe hebben geleid dat we deze eerste daadwerkelijke stap hebben gezet. De eerste stap van heel erg veel stappen die ons naar Santiago de Compostella gaan brengen. Op onze eigenste twee voeten en benen, met ons lichaam. Folkert heeft nog als extra regel ingesteld dat we van geen enkel vervoermiddel gebruik mogen maken onderweg. Alles moet lopend gebeuren. Ik vind het wel jammer, ik speel graag een beetje vals. Maar dat geeft misschien ook aan hoezeer ik een lesje in beheersing en discipline kan gebruiken.

Het lot is ons de afgelopen maanden erg goed gezind geweest. Van het allereerste plan tot aan de daadwerkelijke eerste stap. Er moest veel gebeuren en alles is gelukt. Het huis verkopen was de belangrijkste voorwaarde om op weg te kunnen gaan. Dankjewel universum!

We hebben nog zeker drie maanden de tijd om uitgebreid te verhalen over alle achterliggende motieven en gedachtes die aan onze ommekeer ten grondslag liggen. Maar eerst zal ik wat vertellen over de eerste dag, zodat jullie nieuwsgierigheid bevredigd kan worden. En zodat jullie weten dat het goed gaat!

Vrijdag 7 juli – Ermelo, Putten, Nijkerk, Leusden

Om elf uur vertrekken we. Hagen is erbij, die loopt met ons mee tot aan de VVV van Ermelo. Daar halen we onze eerste stempel. Stef, de vader van Folkert, vergezelt ons de hele dag. Hij navigeert, wij hobbelen er achteraan. Vandaag lopen we tot aan Leusden, waar we bij Jenda gaan slapen.

Het is een zware dag. Ik heb me kranig geweerd. Complimenten aan mij. Ik ben niet de hele dag bezig met uitvluchten bedenken. Ik herinner me dat ik dat vier jaar geleden wel deed. Toen fietsten we naar de Noordkaap en was ik constant bezig met escapes bedenken. Stiekem dacht ik dan ‘kunnen we niet een stukje met de trein?’ Dat zijn behoorlijke energieverspillende gedachtes aangezien valsspelen ook toen geen optie was. Folkert is onverbiddelijk.

Maar nu lukt het mij om niet teveel gedachtes te besteden aan de vraag ‘hoever nog?’ en ‘hoelang al?’. Doorlopen. Het doet me goed te ontdekken dat ik me kan onttrekken aan dat zeikerig miepstemmetje in mijn hoofd. Die mijn kracht ondermijnt. Dat geeft vertrouwen. Daarnaast voel ik me sterk, bijna onoverwinnelijk. Het gewicht op mijn rug, waar ik het meest bang voor was, valt reuze mee. Dertien kilo. Maar het is wel zwaar. Maar ik geloof dat ik het kan. Omdat het zo is.  Nu ik daar niet over twijfel is de eerste hobbel al genomen. En dat is voor mij een nieuw besef. Het besef dat ik een sterk en gezond lichaam heb. Dat ik sinds kort pas weet hoe ik het optimaal moet verzorgen. En dat ik al zo snel voelde hoe en ervoer hoe mijn kracht toenam. Mijn lichaam is in goede staat. Zo ook mijn geest. Formidabel! De eerste 12 kilometer lopen we op blote voeten, daarna trekken we onze schoenen aan.

Tussendoor pauzeren we hier en daar, eten een frietje, drinken een koffie en doen ons te goed aan watermeloen, appels en abrikozen. Om half negen arriveren we bij Jenda. Min of meer strompelend, dat wel. Dan hebben we precies dertig kilometer gelopen. Misschien iets te veel op een eerste dag, ongetraind.

Jenda vindt het fantastisch dat ze twee pelgrims te logeren heeft. Ze dompelt ons onder in luxe, liefde en enthousiasme. Ze staat haar bed aan ons af, ze kookt een lekker maaltje voor Stef, Folkert en mij. Daarna nemen we afscheid van Stef, die met de taxi terug naar Ermelo gaat. Wij besluiten wijn te gaan drinken. Het was eigenlijk de bedoeling om onze reis alcoholvrij te doen maar zoals onze vriend Jan zei: je kunt best een wijntje drinken als de gelegenheid daarom vraagt. En het einde van de eerste dag is een gelegenheid. Een paar wijn later gaan we naar bed. De volgende dag vervloeken we onszelf. We zeggen Jenda gedag en vervolgen onze weg. We strandden vijf kilometer verderop in de bossen van Leusden-Zuid. Daar is een natuurcamping. Verder komen we die dag niet.

Wil je op de hoogte blíjven van ons avonturen? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.